• side-navigation-widget

Jasper Coppes

Wasteland

Amstelpark
& Via Appia Park

Wasteland

Binnen de archeologie bestaat er een groeiende interesse om deze discipline te beschouwen als een kritische betrokkenheid bij de productie van het verleden. Richtingen zoals de 'Archeologie van het heden' en de 'Hedendaagse Archeologie' getuigen van deze groeiende belangstelling. In toenemende mate transformeert de rol van de archeoloog van waarnemer van een ver verleden naar een ondergedompelde bewonderaar; iemand die actief toekomstige historische lagen creëert. Het voorstel waarmee ik de afgelopen jaren heb gewerkt onder de notie van de 'archeologie van de aanwezigheid', gaat nog een stap verder. Het erkent de invloed van zowel menselijke als niet-menselijke entiteiten in de totstandkoming van het uiteindelijke (artistieke of archeologische) werk. Beiden zijn bezig met de productie van het verleden, het heden, en ook met de toekomst. Naar mijn mening zijn erfgoedparken zoals het Via Appia Park en het Amstelpark proefplaatsen waar dergelijke activiteiten van toekomstvorming worden beoefend. Met mijn project wil ik onderzoeken hoe mijn eigen artistieke methodologie – die zowel film, schrijven als sculpturale interventie omvat – een plek kan worden waar een nieuwe vorm van samenwerking tot stand komt tussen verschillende entiteiten. Erfgoed kan worden beschouwd als een praktijk van het ontwerpen van de toekomst door het verleden actief te behouden en te ontmantelen. In dit proces maken we onderscheid tussen wat waardevol is om te behouden en wat we weggooien. Ik zal onderzoeken hoe praktijken van collusie, besmetting, contaminatie en samenwerking het onderscheid tussen erfgoed en afval problematiseren.

Landschapsarchitect Gilles Clément is hierin een toonaangevende inspiratiebron. Zijn 'derde ruimte' verwijst naar die 'verlaten' locaties waarin bepaalde planten bloeien die niet worden gebruikt voor hun voeding of schoonheid of opzettelijk werden bewaard. Wat zou er gebeuren als dergelijke woestenijen tot ons ware (hedendaagse) erfgoed zouden worden gerekend? Beide parken zouden de perfecte plek kunnen zijn om te onderzoeken hoe niet-menselijke factoren de grenzen van onze menselijke ideeën over het verleden en de toekomst verleggen. Ik zal verkennende wandelingen in de parken maken om een historisch substraat te documenteren dat nog steeds in wording is. Ik zal kijken naar resten in de brede zin: wat overblijft van mensen en niet-mensen, zowel in het verre verleden als het heden. Restanten kunnen kostbaar en waardeloos zijn: overblijfselen uit de oudheid, sporen van moderniteit, maar ook hedendaagse bijproducten van land-, tuinbouw- of sociale activiteiten. Ik zal ook kijken naar hoe planten- en diersoorten hun eigen afval creëren. Wildgroei aan de onbeheerde randen van de parken en nieuwe soorten zoals de parkiet of ander (exotisch) ongedierte worden leidinggevend. Maar vooral zal ik onderzoeken hoe het verleden en het heden worden gerepeteerd door het samenspel tussen mensen en niet-mensen. Ik zal deze 'huidige archeologische laag' op verschillende manieren documenteren. Zo beoog ik te traceren hoe de huidige activiteiten van behoud en verwaarlozing door mensen en niet-mensen de toekomst vormgeven.
Benieuwd naar wat andersoortige bewoners van het park over haar erfgoed te vertellen hebben, ondernam ik in April een tweede bezoek aan Rome. Ik wilde het Appia park zien door de ogen van een ongebruikelijke gids: een dag lang schuifelde een vogeltrainer en ik achter een (nogal knappe) kraai aan. Ik had mij voor deze dag laten inspireren door de film ‘Uccellacci e Uccellini’ van Pier Paulo Pasolini (1966), vrij vertaald als ‘Haviken en Spreeuwen’. In deze briljante allegorische wandeltocht door het leven, kletsen de twee hoofdpersonen met een kraai die wordt geïntroduceerd als een ‘ linkse intellectueel van het soort dat nog leefde voor de dood van Palmo Togliatti’.

Hoewel we sympathiseerden met Pasolini’s poging om urgente ideologie in de mond te leggen van een niet-menselijk wezen, waren we toch benieuwd wat de kraai zelf over het onderwerp zou hebben gezegd – in zijn eigen taal.

Voortbordurend op dit idee, namen we de kraai op film en geluid op, 53 jaar na Pasolini’s film, in precies hetzelfde park – tegen dezelfde achtergrond. Een landschap dat zichtbaar was veranderd door de tand des tijds en de krachten die Pasolini bekritiseerde. We namen geluidsopnames van het kuchen, kauwen en kraken van de kraai.

We luisterden naar zijn geratel, geschreeuw en geklik. We maakten ook aandachtige observaties van zijn bewegingen en gebaren; enig betekenisvol klapperen van de vleugels, gedraai van de staart of zijn kop. Deze gebaren, zo voelden wij, waren een indicatie van een duidelijk uitgedrukt en weloverwogen begrip van de omgeving waarin wij ons bevonden. Door ons bewust te maken van het heden, toonde de kraai ons hoe het verleden altijd is ingebed in het nu, en ons continu van informatie voorziet over de wereld waarin we leven.

We begrepen ook – in overeenstemming met de theorie die Pasolini ontwikkelde over de poëtische taal van film – dat we geen woord begrepen van wat de kraai aan ons overbracht op deze prachtige dag. Nog hoefden we deze overdracht te doorgronden. Wat van belang was, was de geste van het luisteren zelf – een aandachtige beoefening van onze verbinding met elkaar.

Jasper Coppes (Amsterdam, 1983) is een beeldend kunstenaar die woont en werkt tussen Glasgow en Amsterdam. Zijn films, sculpturen en op tekst gebaseerde werken onderzoeken vaak verhalen die zijn opgelegd aan, of ingevoegd in, specifieke landschappen en andere omgevingen. Recente tentoonstellingen zijn: 'Cabinet Interventions' Glasgow International Festival, Glasgow (2018), 'Flow Country' Glasgow Short Film Festival, (2017), 'Roineabhal', Galerie van Gelder, Amsterdam (2015), 'Delaying Tactics', House for een kunstliefhebber, Glasgow (2015).

Meer info zie: www.jaspercoppes.com