• side-navigation-widget

Eline Kersten

Flora of the Colosseum

Underworld (2019)

Amstelpark 
& Via Appia Park

Amstelpark

Flora of the Colosseum

De bekendste handelsroute van de Romeinen, de Via Appia, is jarenlang als pelgrimsroute gelopen met het Colosseum als eindbestemming. Pelgrims uit alle uithoeken van de wereld namen zaden mee van hun lokale vegetatie thuis, om deze ter plekke in het Colosseum te verspreiden. Op deze manier brachten pelgrims een stukje van hun thuis mee naar hun eindbestemming. Dit, de verspreiding van zaden door de mens, wordt antropochorie genoemd. Op den duur heeft deze traditie ervoor gezorgd dat er honderden verschillende soorten bomen, planten en bloemen in het Colosseum groeiden, waaronder een aantal zeer zeldzame soorten die in die tijd nog nooit in Europa gezien waren. Het was een vegetatieve representatie van een cultureel-religieus verschijnsel van die tijd. In recentere tijden is het Colosseum vrij gemaakt van vegetatie om het onderhoud van de ruïne effectiever te maken en de toegankelijkheid voor toeristen te optimaliseren. Een ding is duidelijk, het Colosseum mocht voortaan niet meer bekend staan om haar vegetatieve pracht.

Hoewel er duidelijke verschillen aan te wijzen zijn in ontstaansgeschiedenis, is de analogie met het Amstelpark in dit verhaal treffend. Als wereldtentoonstelling voor horticultuur, werd het Amstelpark speciaal geconstrueerd voor de Floriade: vegetatie stond juist centraal en hier werd uitbundig mee gepronkt. De wereldtentoonstelling vormde dus ook, geheel op haar eigen manier, een vegetatieve representatie van een tijdsgeest: de Floriade is in het leven geroepen om een breed publiek te tonen wat er op dat punt in de tijd mogelijk was op het gebied van horticultuur. Waar de vegetatie van het Colosseum moest verdwijnen voor de toenemende opmars van reizigers, toeristen en pelgrims, vormde de vegetatie van het Amstelpark juist een trekpleister voor toeristen.

In het project ‘Flora of the Colosseum’ breng ik de verdwenen vegetatie van het Colosseum tijdelijk terug naar het Amstelpark in Amsterdam. Hierbij ga ik uit van de gelijknamige publicatie uit 1855 dat het onderzoek van de botanist Richard Deakin bundelt. In deze publicatie zijn 420 soorten flora gecategoriseerd die in der tijd in het Colosseum hebben gegroeid. In dit project zet ik morse code als decodering techniek in om een vertaalslag te maken om de verdwenen flora terug te brengen naar het Amstelpark. In het Glazen Huis zal ik de verdwenen en vergeten vegetatie op een visuele en auditieve manier tonen en in de Romeinse tuin van het Amstelpark zal ik een lichtkunstwerk plaatsen. Een knipperende lamp stelt de Romeinse tuin bloot aan de verdwenen vegetatie van het Colosseum, dat hier opnieuw, tijdelijk, even mag verschijnen. Wanneer het donker is, verwordt de lamp tot een soort vuurtoren, een herkenbaar baken dat licht seint. Omdat het park na zonsondergang is gesloten, zijn de plantennamen die in lichtseinen gecommuniceerd worden enkel voor de vegetatie in de Romeinse tuin bestemd. De vegetatie uit de Romeinse tuin wordt zo herenigt met de vegetatie die het hoort te representeren.

Via Appia Park

Underworld
Eline Kersten, 2018-2019

Duizenden jaren geleden produceerde de Colli Albani, een vulkaan gelegen ten zuiden van Rome, plotseling grote wolken witte damp en barstte vervolgens in onmetelijke omvang uit. Een enorme vuurfontein volgde en vormde een rivier van vuur die op bijzondere wijze in een rechte lijn richting Rome stroomde. De afgekoelde laag vulkanisch materiaal werd later door de Romeinen als fundering gebruikt voor wat uiteindelijk hun bekendste handelsroute werd, de Via Appia. Het is dit gegeven, de manier waarop het landschap sturing gaf aan de lava waardoor deze recht door het landschap sneed en waarop de Romeinen vervolgens hun bekendste handelsroute baseerde, dat me fascineert.

De grond van de Via Appia onderscheidt zich vanwege zijn bijzondere vruchtbare kwaliteiten door de aanwezigheid van lava. In het kunstwerk ‘Underworld’ benader ik de bodem of grond als een levende entiteit en een wereld op zich; als een compositie van mineralen en chemische processen, een web van levende entiteiten dat fungeert als thuisbasis van micro-organismen, bacteriën, fungi, dieren en insecten, evenals de plek waar menselijke lichamen worden begraven en in de loop der tijd ontbinden.

Startend vanuit de tekst ‘Encountering Bioinfrastructures: Ecological Struggles and the Science of Soil’ van feministisch theoreticus María Puig de la Bellacasa, kan gezegd worden dat de bodem bestaat uit residu’s. De bodem bevat alles wat niet in een categorie past. Maar ‘Underworld’ toont dat de grond onder onze voeten nog veel meer is dan alleen dat: de bodem belichaamt geologische, ecologische, culturele en historische waarde. In veel culturen en tradities is de bodem de plek waar alle dieren en mensen uiteindelijk terecht komen. In dat opzicht is de bodem de thuisbasis voor alle overblijfselen. ‘Underworld’ benadrukt dat we hier collectief zorg voor moeten dragen omdat het ons erfgoed is.

De bodem is ook interessant in het nadenken over absentie: het is overal om ons heen, maar toch is het maar voor enkelen zichtbaar. Er wordt over het algemeen naar de bodem gekeken als een “gastheer” van ruïnes of andere historische overblijfselen, als een container, een min of meer irrelevante achtergrond. Echter, de bodem is een levende entiteit waar mensen deel van uitmaken. Puig de la Bellacasa spreekt zich uit dat het zichtbaar maken van de bodem haar culturele waarde zal onthullen. De erkenning dat de bodem een vergeten element is van ons ecosysteem, is de eerste stap in het vernieuwen van onze verbinding met de ondergrond. De erkenning dat ook wij deel uitmaken van de bodem, dat ook wij residu’s zijn, helpt ons om de bodem zichtbaar te maken als levende entiteit.

Het kunstwerk ‘Underworld’ bestaat uit drie grondboringen in hun originele dozen, gepresenteerd als sculptuur met geluidsfragmenten van Puig de la Bellacasa’s essay ‘Encountering Bioinfrastructures: Ecological Struggles and the Sciences of Soil’. In dit maakproces werkte ik samen met Gijs Pyckevet, architect bij Studio ABDR in Rome. Gedurende de onderzoeksfase van Exploded View ontdekte kunstenaar Jacqueline Heerema en ik een gemeenschappelijke fascinatie voor de bodem en de grond onder onze voeten. In de tentoonstelling maken we tevens ons doorgaande gesprek over bodem zichtbaar.
Eline Kersten volgde een Bachelor in Fine Arts, waarna ze een Master in Curating behaalde aan Goldsmiths University in Londen. Ze is werkzaam als beeldend kunstenaar en onafhankelijk curator. In haar praktijk onderzoekt ze de relatie van de mens tot de aarde, of meer lokaal, de mens tot haar lokale omgeving. Ze is geïnteresseerd in de in de betekenis die we toekennen aan landschappen door de verhalen die we over ze vertellen, en de wijze waarop deze persoonlijk, politiek, historisch of ecologisch gekleurd zijn.

www.elinekersten.nl
www.nowherecollective.org